Boter- of kruimelkesvlaai |
|
|
250 g bloem 25 g witte basterdsuiker 15 g verse gist 100 tot 150 ml lauwe melk 25 g boter 1 ei 500 ml melk voor de vulling 1/2 gesplitst vanillestokje 50 g custardpoeder 50 g suiker voor de vulling 4 lepels koude melk voor de vulling 75 g suiker voor de kruimeltjes 75 g kleingesneden boter voor de kruimeltjes 100 g bloem voor de kruimeltjes |
|
BereidingBASIS: Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje. Los de gist en de suiker op in wat melk en die in het kuiltje. Roer vanuit het midden tot een papje. Dek met een vochtige doek af en zet 15 min. op een warme plek. Roer de rest van de melk, de zachte boter en het ei erbij en kneed gedurende 15 minuten. Laat 1 uur rijzen tot dubbele omvang. Kneed nog eens door.Houd 1/5 deel/100 g achter, rol de rest uit tot een grote lap die iets groter is dan de vorm. Bekleed de ingevette vorm met het deeg. Snij de overhangende delen eraf en kneed met het achtergehouden deeg, wat wordt gebruikt om er een deksel van te maken. BOTER- OF KRUIMELKSVLAAI: maak van het achtergehouden deeg 2 repen, waarmee de rand van de vorm wordt verstevigd. Voor de vulling: 5 dl melk, ½ gesplitst vanillestokje, 50 g custardpoeder en 50 g suiker. Trek de vanille 15 minuten in de hete melk. Maak de custard en de suiker aan met 4 lepels koude melk. Haal de vanille uit de hete melk en roer het custardpapje erdoor. Laat even binden en dan afkoelen. Als het nog dikvloeibaar is, in de vorm scheppen. Voor de kruimeltjes: meng met een koele hand 75 g suiker, 75 g kleingesneden koude boter en 100 g bloem door elkaar tot een kruimelig geheel. Strooi over de pudding en bak als de rijstevlaai. |
|
Home > Recepten

