Rijstevlaaitjes |
|
|
Voor het deeg: 20 gr gist 1 dl lauwe melk 250 gr bloem 50 gr boter 1 mespuntje zout 1 ei 50 gr witte basterdsuiker Voor de vulling: 250 gr paprijst 1 liter melk 100 gr suiker 1 zakje vanillesuiker 3 eieren 3 dl slagroom 3 eetlepels basterdsuiker 50 gr pure chocolade (fruit voor de garnering) |
|
BereidingVerbrokkel de gist boven een deel van de lauwe melk.Zeef de bloem in een kom en maak in het midden een kuiltje. Giet het gistmengsel daarin en laat het zo staan tot zich belletjes vormen. Voeg de overige ingrediënten toe en kneed het tot een soepel deeg. Laat het deeg afgedekt met een vochtige doek 1 uur rijzen. Kneed het deeg opnieuw door en rol het op een met bloem bestoven werkvlak tot 8 ronde lapjes uit. Beboter de vlaaivormpjes, bedek ze met de deeglapjes en snijd overtollig deeg weg. Prik met een vork enkele malen in het deeg van de bodems en laat de vlaaibodems nogmaals onder de vochtige doek 30 minuten rijzen. Kook intussen een dikke pap van de rijst, suiker, vanillesuiker en melk. Splits de eieren. Neem de pan van het vuur en roer de dooiers één voor één door de pap. Klop de eiwitten stijf en schep ze door de rijstepap. Verdeel de rijst over de bodems en bak de vlaaitjes in 20 minuten in een op 200 C voorverwarmde oven gaar. Neem de vlaaitjes uit de oven en laat ze op een rooster afkoelen. Klop de slagroom met de basterdsuiker stijf. Rasp de chocolade. Spuit met de slagroomspuit de rijstevlaaitjes met zigzagbewegingen vol slagroom. Bestrooi de vlaaitjes met de chocolade en garneer ze eventueel met vruchten. |
|
Home > Recepten

